Gisteren was ik in Arnhem.
Normaalgesproken kom ik daar alleen in de dierentuin waar ik een abonnement
heb. Dit keer zat ik op een terras in het centrum. Geen aapjes kijken maar
mensen.
Terwijl ik geniet van mijn drankje
en hapje, komen aan de overkant een man en twee kinderen, allebei likkend aan
een ijsje, uit een ijssalon gelopen. Wanneer iemand met een hoorntje loopt,
bekijk ik dat altijd met enige spanning. Ik vraag standaard om een bakje omdat
een hoorntje aan mij niet besteed is. Ik presteer het altijd om het ijs uit het
hoorntje te laten vallen.
Och, ook een van de kinderen verliest een bolletje. Ik wacht op een huilbui, maar nee hoor. Het kind kijkt even naar het gevallen bolletje, likt lekker verder aan het resterende ijs in het hoorntje en loopt door.
Och, ook een van de kinderen verliest een bolletje. Ik wacht op een huilbui, maar nee hoor. Het kind kijkt even naar het gevallen bolletje, likt lekker verder aan het resterende ijs in het hoorntje en loopt door.
Een man en vrouw zijn overduidelijk
aan het goochelen met Google maps. Ook herkenbaar. Google maps gebruiken als
wandelaar resulteert bij mij in rondjes lopen. Bij dit stel zie ik een
herkenbare lichaamshouding: schouders laten zakken en een onhoorbare maar
duidelijke zucht. Uiteindelijk vragen ze een voorbijganger de weg.
Dan opeens valt het me op dat er,
afgezien van deze twee, vrijwel niemand op de telefoon kijkt. Ik heb zelf ook
aardig wat schermtijd dus eigenlijk mag ik niks zeggen, maar het is wel eens
goed om me te realiseren hoe vreemd het is, dat het zelfs opvalt als eens nĂet
iedereen naar dat ding staart.
Op het terras tegenover me zitten
klanten met elkaar te praten. Twee vriendinnen lopen kletsend voorbij. Een
gezin met twee opgeschoten kinderen kijkt enthousiast rond. Op ‘mijn’ terras
kijkt niemand naar het scherm.
Zonder telefoons en alle gezichten
gefixeerd op een scherm, komt mijn omgeving toch meer tot leven en is het een
totaal ander straatbeeld.
Geplaatst op pagina Gastschrijvers van de Gelderlander, 15-9-2023