Dag 4 Oostenrijk, 27 september

Zodra ik richting ontbijtruimte loop, hoor ik al: ‘Daar komt Vera.’
Het geluid van mijn koebelletjesouvenir verraadt mijn aanwezigheid nog voordat iemand me ziet.
Alweer de laatste dag in Mayrhofen met opnieuw stralend weer. Morgen op huis aan. Nu nog even niet aan denken, want vanmiddag komt eerst het Stilluptal aan bod. Volgens de informatie moet dat een sprookjesachtige omgeving zijn. Dan ben ik er zeker op mijn plaats. 
Degenen die niet meegaan, gaan Frühshoppen in vervolg op de avond van gisteren.
Het is zondag en ik ben blij dat ik gisteren al een kaarsje heb opgestoken in het pittoreske kerkje van Mayrhofen. Nu is er volgens mij een kerkdienst bezig.
 
Maar dat de religie vandaag een heel andere betekenis heeft, blijkt al snel in de loop van de ochtend. Het is Schutzengelsonntag, een religieuze en culturele feestdag.
De processie trekt voorbij. Vaandeldragers, dragers van heiligenbeelden en kinderen in lange witte gewaden die rusten op stevige sneakers vullen de stoet. Traditioneel geklede mannen en vrouwen vormen de fanfare. Helemaal achteraan loopt een vrouw die op mijn lachspieren werkt. Door haar norse gezichtsuitdrukking lijkt het net alsof ze zich zojuist met haar drumstok tegen de lippen heeft geslagen in plaats van op de trommel voor zich.
De mannen van het lokale schuttersgilde, getooid met groene Tirolerhoedjes met veren, nemen hun rol bloedserieus zo te zien. Achter de brandweerlieden met hun glimmende zilverkleurige helmen verschijnen de misdienaars die voor de priester uit lopen.
Gelukkig werkt het weer mee. Bij regen zou iedereen nat worden, behalve die priester. Die loopt onder een omhooggehouden baldakijn/processiehemel. Voor zijn gezicht houdt hij iets vast dat me doet denken aan de hoofdtooi van de koeien die ik gisteren zag.
De stoet maakt een rondgang door het hele dorp en eindigt uiteindelijk bij de kerk. Eén keer kijken vind ik voldoende, dus ik besluit op andere plekken te kijken. Niet geheel toevallig beland ik op een terras met een beker Italiaans ijs voor mijn neus!
 
Daarna loop ik het geheel verlaten marktplein op waar ik uitkijk op een achtertuin. Aha daar gebeurt het dus!
De eerste keer dat ik het vandaag hoorde, schrok ik me rot: zijn de Russen binnengevallen of dendert er een lawine naar beneden? Zwaar dreunende slagen die weerkaatsten tussen de bergen. Daarna gebeurde het nog een paar keer, telkens vanuit een andere richting. Het blijkt bij deze feestdag te horen. En nu kijk ik naar zo’n kanon!
Er staan twee mannen bij in de kleding van het schuttersgilde. Om een of andere reden vormt het feit dat zij zich zo verdekt opgesteld hebben voor mij de aanleiding om eerst maar te vragen of ik wel een foto van hen mag maken. Het blijft bij gebarentaal, want ik versta geen bal van het echte Oostenrijks. 
Ze knikken. Het mag, maar dan gaat er een hand omhoog. Even wachten. Een van de twee loopt naar zijn hoofddeksel dat nog op de grond ligt en plaatst dat zorgvuldig op zijn hoofd waarna ze gewillig poseren voor mijn foto.
Ik besluit te wachten om te kijken of ze nog in actie komen en ja hoor, mijn geduld wordt beloond. Ik sta als enige toeschouwer bij het moment dat ze het kanon laden, de munitie (ik denk carbid) aanduwen en vervolgens laten knallen. Beide mannen verdwijnen in een rookwolk.
 
Om 12.40 uur vertrekt de taxibus naar het Stilluptal. De chauffeur stuurt het busje de bergweg op en dan begint voor ons de ellende. Die man denkt dat hij Max Verstappen is en het bochtenwerk moet oefenen. Koeien die langs de weg lopen, maken zich uit de poten, tegemoetkomende auto’s moeten uitwijken en langs de zijkanten van de weg komen diepe dalen soms angstvallig dichtbij. Hobbels in de weg worden stuiterend genomen en de enkele keer dat er geremd wordt, gebeurt dat niet geleidelijk aan. 
In de verste verte niet te vergelijken met “onze” touringcarchauffeur die gelijkmatig en, voorzover ik het kan bekijken, ook veilig rijdt en die zelf ook geniet van de reis.
Heelhuids bereiken we de Grünewandhütte op bijna 1500 meter hoogte. Een deel van de groep blijft daar achter en kan vanaf een terras genieten van het uitzicht. Zij zullen met een taxi weer terugrijden naar een locatie halverwege de hele weg terug en daar wachten op de rest die met de benenwagen bergafwaarts gaat. Waaronder ik.
De eerste honderden meters zijn pittig, over grote stenen. Vervolgens loopt dat over in een steentjespad. Het is nog steeds opletten geblazen, maar ik vergeet zeker niet om zo nu en dan stil te staan en het uitzicht in me op te nemen. Ik blijf het onbegrijpelijk vinden hoe bomen hun houvast vinden op de ondergrond en een steile bergwand groen kunnen kleuren. Het lijkt een paradijs voor handelaren in kerstbomen, maar zie ze maar eens te rooien. Ik kijk onderweg al steeds verbaasd naar de boeren die ik lopend zie ploeteren achter landbouwmachines. 
Wasserfallweg heet deze looproute en daar is niets van gelogen. Op grote hoogte ontstaan er denderende watervallen die uitmonden in de beek die wij volgen. Geen beek die rustig voorbij kabbelt, maar water dat zich een weg zoekt tussen stenen en rotsblokken en miniwatervalletjes vormt om zijn weg te vervolgen. Op plekken onderweg staan betonnen bakken die via een rubberslang blijvend gevuld worden met het koude beekwater en daarin staan kratten met flesjes drinken. De geldkist staat ernaast. Welkome rustpunten.
Na deze afdaling komen we bij de locatie waar de rest van de groep al aan tafels op het terras zit. Op de menukaart staat Kaiserschmarrn, een echt Oostenrijks gerecht, dat ik deze laatste dag in ieder geval wil proberen.
Halleluja. Nu weet ik het zeker. Dit is inderdaad een sprookjesomgeving: een enorm bord staat voor mijn neus, waar zelfs een reus genoeg aan zou hebben. Dit krijg ik nooit op. Het lijken stukken gescheurde pannenkoek bestrooid met poedersuiker en potjes appelmoes en jam. Gelukkig zijn mijn tafelgenoten er niet vies van om hun graantjes mee te pikken van dit heerlijke gerecht.
 
‘Wie loopt het tweede deel mee naar beneden?’
Ik haak af. Mijn lichaam protesteert een beetje en het lijkt me niet verstandig verder te lopen. Opnieuw komt een taxibusje voorrijden met gelukkig een andere chauffeur dan Max en die rijdt ons naar Gasthaus Wasserfall.
Het langgerekte stuwmeer is adembenemend mooi en groot. Turkoois water over een lengte tot voorbij de horizon. Ik loop erlangs op. Dit verdient meer dan “even blijven kijken”.
Als ik weer een sprookje wil schrijven, zal zich dat op deze plek afspelen.
Opeens merk ik dat het flink afkoelt. Het is inmiddels vier uur en als we weer compleet zijn, komt het volgende taxibusje die terugrijdt naar het hotel, gelukkig met een andere bestuurder dan de heenweg.
Opnieuw wacht ons een heerlijk diner, waarna iedereen vertrekt om de koffer in te pakken en de koffer in te duiken. Morgen is het vroeg opstaan.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier je reactie achter.

Dag 1 Oostenrijk, 24 september

Het is 01.45 als ik bij een wildvreemde man in de auto stap om anderhalf uur later langs de autoweg in Duitsland gedropt te worden. De taxic...