Brr, het ziet er koud uit op deze tweede vakantiedag, maar het is wel droog. Ik stop alvast een vest en jas in mijn rugzak om straks mee te nemen, want de ervaren reizigers waarschuwen me dat het bovenop de Penkenberg heel wat graden kouder kan zijn.
Eerst een ontbijt waar je drie keer U tegen zegt. De jarige aan onze tafel krijgt tot haar verrassing een flinke sachertorte met kaarsje voor haar neus, geregeld door het thuisfront en haar hier aangeboden door mijnheer Lederhose.
Ja, daar is geen plaats meer voor in onze maag. De taart verdwijnt in de koelkast van het restaurant. Voor straks.
Ken je dat, dat iemand zo’n aanstekelijke lach heeft, dat je als vanzelf meelacht? De buschauffeur aan de tafel naast ons loopt langzaam rood aan, de tranen lopen hem over de wangen en keer op keer giert hij het uit, niet in staat om nog iets te zeggen. Het werkt zo aanstekelijk dat “mijn” tafel ook mee gaat doen. We hoeven elkaar maar aan te kijken of een blik op de hikkende chauffeur te werpen om opnieuw te belanden in een lachsalvo, waarvan we de reden niet weten om uiteindelijk de servetten te gebruiken om de tranen van onze wangen te vegen.
In de Hoofdstraat spiek ik in de etalages van de winkels waar we langslopen. Hé, een ijswinkel. Ff onthouden waar die zit.
Onderweg naar het eerste station voert de gondel me door de mist die het zicht zowel naar beneden als naar boven grotendeels belemmert. Totdat we daar bovenuit stijgen. De mist blijft als een deken tussen de bergen hangen en de steile bergwand doemt voor me op. Bij een kraakheldere blauwe lucht en een temperatuur die ver uitstijgt boven de voorspelde kou stap ik uit. Terwijl de rest van het gezelschap doorloopt, blijf ik staan. Deze eerste indruk wil ik bewust op me in laten werken: klingelende koeienbellen en roodbonte koeien grazend in de groen oplopende weide.
Nieuwsgierigheid bedwingen is niet mijn sterkste kant. Als nieuwsgierig Aagje stap ik daarom in de volgende gondel op weg naar ruim 2000 meter hoogte. Het restaurant laat ik letterlijk links liggen, eerst wil ik onderdeel worden van deze overweldigende natuur.
Bergen, bergen en bergen. Weiden, weiden en weiden, glad en strak als biljartlakens. Later vandaag hoor ik dat boeren deze hellingen onderhouden zodat lang gras geen kans krijgt om door sneeuw of regen losgetrokken te worden, waardoor grond kan wegspoelen en het risico op lawines toeneemt.
De rest van het gezelschap zit op het terras in de stralende zon. maar ik wil eerst alles zien. Achter het restaurant ligt een klein stuwmeer met water in mijn lievelingskleur turkoois, omgeven door grote rotsblokken en paarsroze bloemenaren van het wilgenroosje. De bomen aan de overkant van het meer vormen hun eigen spiegelbeeld in het water en ook de bergen doen daarin mee. De lucht is hemelsblauw.
Ik ruk me los en sluit aan op het drukbezette terras. Aan de gloeiing van menig gezicht is de werking van de zon en drank af te lezen. Vooraf is me beloofd dat de apfelstrudel hier heerlijk moet zijn, dus daarvan bestel ik er een. Het lijkt hier Limburg wel met zijn enorme punten vlaai. Een halve strudel was meer dan genoeg geweest.
De livemuziek heb ik op een gegeven moment genoeg gehoord en met het aanlokkelijke beeld van een ligstoel voor ogen, zoek ik er een op. Eind september en een middagdutje in de zon, wat wil een mens nog meer. De jas is de rugzak nog niet uitgekomen en het vest gaat hem daar nu gezelschap houden.
‘Wie sluit aan bij de wandeling bergafwaarts, terug naar het eerste station?’
Dat wil ik zonder meer proberen. Omdat ik besloten heb me deze dagen niet te laten pesten door mijn heup, neem ik de tweede dosis paracetamol en ibuprofen. De wandelstok is mijn maatje.
Gelukt! Daarop proost ik met mezelf met een groot glas Fanta. Mijn medereizigster pakt zo’n zelfde groot glas, gevuld met bier.
Als ik naar de wc’s op de onderverdieping loop, is daar geen hond te bekennen, maar wel… een piepkleine, dikke ronde muis. Zo’n opwindmuisje dat op zijn plaats op en neer wiebelt. Grappig om te zien. Hè? Niks opwindmuis. Ik pak een van de stoelen die er staan en ga het eens rustig bekijken. Het diertje loopt op zijn gemak over de vloertegels en tussen het meubilair en dribbelt als Klein Duimpje over de schoenen van de reus. Mijn schoenen wel te verstaan. Ik ruk me los van deze kleine, levende, grijze bol en loop weer naar boven.
Terug in de gondel naar het onderstation heb ik een helder zicht op het ver onder ons liggende dal met stromende beken tussen de tegen de bergen aangeplakte, witgepleisterde huizen door.
Eenmaal terug in het dorp, slenter ik langs de winkels en laat ik me verleiden tot de aankoop van een kleine sleutelhanger-koebel met mijn naam erop. Vanaf nu hangt die licht tingelend aan mijn tas.
Op verschillende plekken in het dorp spelen kleine muziekgezelschappen waarvoor ik graag even blijf staan. Niet alleen vanwege de muziek maar ook om hun prachtige kleding in Tirolerstijl. Natuurlijk ontbreekt ook een traditionele dans niet. De mannen klappen ritmisch op hun lederhosen, knieën en schoenzolen terwijl ze op de maat van de muziek springen. Een beetje jaloers op hun lenigheid ben ik wel.
Als ik in de supermarkt iets van de onderste schap wil pakken, zak ik door mijn knieën maar kom niet meer overeind zonder me met mijn handen af te zetten op de vloer. Dat doe ik overigens pas als er niemand meer door het gangpad loopt.
En ja, ik heb de ijswinkel teruggevonden. Met een ijsje in mijn hand slenter ik even later over de Bauernmarkt en daarna terug naar het hotel voor alweer een heerlijke maaltijd.
De taart is niet vergeten en wordt opnieuw naar onze tafel gebracht door mijnheer Lederhose met een groot mes en een stapel bordjes. De jarige krijgt het voor elkaar om de taart zodanig te verdelen dat ieder van ons hele gezelschap een puntje krijgt.
In een hotel iets verderop is er vanavond livemuziek in een niet tot de nok toe gevulde zaal. Gewoon gezellig druk aan tafeltjes. Ik ken niet één van de Tiroler liedjes, maar de anderen zingen en wiegen luid mee. Om te voorkomen dat ik platgedrukt word tussen links en rechts, haak ik ook maar in. Maar voor de polonaise, die de Limburgse dames in gang zetten, pas ik. Waar de door de zaal slingerende sliert in eerste instantie verbaasd aangekeken wordt, verandert dat en sluiten er zelfs anderen aan bij “die Holländer”.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Laat hier je reactie achter.