Mijn hand rust op de medailles op mijn jas

 

Ik zie enkele beelden van de herdenking van Market Garden en de dropping van parachutisten boven de Ginkelse heide.

De aanwezige veteranen zijn onder meer herkenbaar aan hun baretten en aan de medailles op hun jassen. 


Allen is aan te zien dat zij overduidelijk een respectabele leeftijd hebben bereikt. De enige veteraan die ook echt bij Market Garden betrokken was en daadwerkelijk op de Ginkelse Heide landde, is 101 jaar.

Als ik de gezichten van de veteranen bekijk, valt me op, dat ze staren. Ze staren naar de parachutisten die landen. Een enkeling sluit soms even de ogen.

Ik probeer me te verplaatsen in een van hen:



Ik staar naar wat er voor mijn ogen plaatsvindt, maar ik zie niet wat er op dit moment gebeurt.

Ik verdwijn 82 jaar terug in de tijd. Mijn zenuwen zijn tot het uiterste gespannen als ik vanuit de Dakota mijn sprong maak, mijn ogen gericht op de vlakte onder me. Boven me klinkt het  dreunende geluid van de vliegtuigen en rondom me vult de lucht zich met donkere en lichte parachuteschermen, zoals ik er zelf ook een boven me heb hangen.

Tussen de schermen door zie ik ver onder me een paarse gloed van heide omzoomd door groene bomen. Waar kom ik terecht? Wat kan ik verwachten? Op het moment dat ik verder daal, wordt het geluid van de vliegtuigmotoren aangevuld met geluiden van artillerievuur en de angst neemt bezit van me. Het is niet meer alleen wáár ik terecht kom, maar overleef ik dit?

Rechts van me zie ik een scherm afstevenen op een hoge bomenrij. Geweerschoten. Van wie?

Mijn adem versnelt, mijn linkerarm verkrampt en mijn andere arm kan ik amper meer voelen. De rand van de helm snijdt in mijn voorhoofd en veroorzaakt een stekende pijn.

Door mijn tranen heen kijk ik ineens in het verkrampte gezicht van een parachutist op gelijke hoogte. We weerspiegelen elkaars gevoelens. Ik durf het te bekennen: ik ben bang.

De moffen wachten ons op. Ze zijn met veel, veel meer dan verwacht, en tegen hun wapentuig gaan we niks beginnen met ons geweer.

Dan voel ik de grond onder me. Uit alle macht trek ik aan de lijnen om het scherm te laten inklappen. Ik koppel het los. Op het moment dat ik de meters stof bij elkaar wil graaien om het zo compact mogelijk mee te kunnen nemen, fluiten de kogels om me heen. Ik gooi me plat op de grond. De heide prikt in mijn mond, zand schuurt mijn keel. Om me heen zie ik anderen liggen. Een huiveringwekkende schreeuw dichtbij en als ik mijn hoofd die kant opdraai, zie ik de laatste stuiptrekkingen van een man. Bloed loopt in een straaltje langs zijn mond.

Henry? Het is Henry. Uit hetzelfde dorp als waar ik vandaan kom. Ga ik samen met hem hier dood? In een flits trekt mijn leven aan me voorbij.

 

Ik kom terug in het nu. De beelden van toen vervagen. Ik open mijn ogen wijd om zeker te weten, dat ik nu geen slagveld zie, maar een herdenking. Mijn hand laat ik rusten tegen de medailles die op mijn jas zijn gespeld.

De “Last Post” klinkt. Dan is het stil. Doodstil. 


©Vera Oor, 2026

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier je reactie achter.

Dag 1 Oostenrijk, 24 september

Het is 01.45 als ik bij een wildvreemde man in de auto stap om anderhalf uur later langs de autoweg in Duitsland gedropt te worden. De taxic...