Opwinding op het marktplein

Nou, wat ik gisteren meegemaakt heb!
Voordat ik mijn wekelijkse boodschappen bij de supermarkt haal, duik ik eerst de markt op. Eens kijken hoe de aardbeien erbij liggen.
De markt is voor mij één grote uitdaging wat betreft aanbod van allerhande lekkers. Zal ik een visje meenemen? De verleiding is groot, maar ik weersta hem. Een appelflap dan? Nee, niet doen. De traditie van altijd in het weekend een gebakje of vlaai in huis halen, doorbreek ik niet. Dan is het hek van de dam. Gebrande suikerpinda’s, chocoladerozijnen en olijven. Als ik daaraan toegeef, maken mijn kaken vanavond weer overuren. Zal ik dan een ijsje? Nee, Oor!

Ik ging voor de aardbeien, dus richting groente- en fruitkraam. Dan ineens grote opwinding. Mensen springen opzij, beginnen te rennen, roepen door elkaar. De marktkoopman schreeuwt: ‘Pak ze, ze gaan ervandoor.’
Hij trekt een sprintje, gevolgd door zijn collega. Het is druk op het marktplein, dus ik kan moeilijk zien achter wie ze nu precies achteraangaan. Ze zigzaggen tussen de mensen en de marktkramen door en langs de aangrenzende winkels.
‘Daar! Daar gaan er twee,’ wijst een vrouw in de richting van het restaurantterras. Ik volg haar vinger en dan zie ik het: duidelijk herkenbaar met een roodgele jas rennen de verdachten tussen de terrasgordijnen door. Het kost ze weinig moeite met hun slanke, afgeplatte figuur. Dit in tegenstelling tot de marktkoopman die zo te zien minder goed dan ik de verleidingen van het aanbod bij de kramen kan weerstaan. Hijgend geeft hij een ruk aan de bij elkaar gebonden gordijnen. De daders rennen door.

Nu ik weet hoe ze eruitzien, valt mijn oog op nog zo’n zelfde type, ook in roodgele jas. Deze probeert aan zijn achtervolger te ontsnappen door onder de kaaskraam door te rollen.
De verkoopster erachter begint uit alle macht te stampen. ‘Ik heb er een,’ schreeuwt ze en trapt door tot de spetters in het rond vliegen.
Ze zal de dief, of wat hij dan ook gedaan mag hebben, toch niet zo erg in elkaar gestampt hebben dat we het slachtoffer bij elkaar moeten vegen?
De groente- en fruitkoopman neemt nog een snoekduik op het terras en komt even later met een hoogrood gezicht van de inspanning overeind. In elke hand een roodgeel exemplaar.
‘Mm,’ snuift een van de vrouwen die zojuist nog hysterisch stonden te gillen. ‘Moet je ook maar geen wilde perziken in je assortiment opnemen. Je kunt wel nagaan dat je die niet in een papieren zak kunt stoppen.’
Achter de kaaskraam heeft de verkoopster haar slachtoffer bij elkaar geveegd en in de afvalbak gedumpt.
Eenmaal thuis kom ik tot de conclusie dat ik de aardbeien vergeten ben! 

©Vera Oor, 2026

Beschermend blad

Waarom zou ik langer blijven liggen. Eruit! Vannacht heb ik de ramen wagenwijd open gehouden en de heldere zomerochtendlucht drijft de kamer...