De giraf staat paf

 

De giraf kijkt verbaasd om zich heen. Waar komt het geluid vandaan? De dierentuin is nog niet open en de verzorgers zijn bij de leeuwen bezig. Opnieuw hoort hij een stem zeggen: ‘Dag giraf.’
Hij kijkt eens goed rond en dan ziet hij een man staan, die hem met pretogen aankijkt. Een nieuwe verzorger? Deze kent hij in ieder geval niet. Maar dan nog. 
Het is veel te vroeg voor de ochtendronde. Het is pas kwart over zeven.
Dan spert de giraf zijn ogen wijd open als hij ziet wat de man in zijn hand heeft en dat omhooghoudt. Een suikerklontje! Dat is lang geleden. Ze zijn hier helemaal overgeschakeld op gezond eten voor de dieren en lekkernijen als een suikerklontje zijn er niet meer bij.
‘Dag giraf,’ zegt de man weer.
‘Dikkertje?’ fluistert de giraf. ‘Dikkertje Dap, ben jij het echt?’
Grinnikend antwoord de man: ‘Nou, laat dat tje maar achterwege. Zoals je ziet ben ik dikker en ouder, maar je hebt het goed. Ik ben jouw vroegere vriendje.’
De giraf buigt zijn nek naar beneden en geeft Dikker een lange lik met zijn paarse tong. En nog een keer.
‘Hoho, ik ben al gewassen,’ proest de man, veegt zijn gezicht droog en steekt een been omhoog terwijl hij zich vasthoudt aan de giraffennek. ‘Kijk eens, speciaal gekocht zodat je zeker weet dat ik het ben, rode laarzen.’
‘Dikkertje, ik bedoel Dikker, ik sta paf. Dat is zo lang geleden!’
Dikker klemt zijn armen om de giraffennek en geeft hem een lange knuffel.
Even blijven ze zo staan, genietend van dit weerzien.
‘Hoe gaat het met je?’ vraagt de giraf als Dikker zijn nek loslaat.
Dikker stapt op een steen en klimt het hek op. Nu hoeft de giraf zijn nek niet zo ver te buigen en hij hoeft zijn eigen nek niet in een krampachtige houding te wringen om de giraf in de ogen te kunnen kijken.
‘Ja, dat is een lang verhaal. Weet je nog dat ik begon met het leren van cijfers, van de letters van het alfabet en met tekenen? De cijfers vond ik maar niks, maar met letters heb ik leren spelen. Ik schrijf tegenwoordig en nu wil ik een kinderboek maken waarin ik vertel over giraffen en de tekeningen daarbij wil ik zelf maken. Wie kan mij natuurlijk het beste vertellen hoe het is om giraf te zijn? Jij, giraf.’
De giraf krijgt tranen in zijn grote, bruine ogen en een enkele traan drupt langs zijn lange wimpers naar beneden. Hij slikt een paar keer voordat hij antwoord kan geven. ‘Kerel, ik sta paf! Wat geweldig dat je daarvoor weer naar me toekomt. Ik heb veel te vertellen, dus dat zal niet allemaal in een keer lukken. Kom je dan vaker langs?’
Dikker knikt. ‘Natuurlijk, ik kom weer, zoals vroeger, elke dag om kwart over zeven hiernaartoe. Later kan niet want dan word je volledig in beslag genomen door bezoekers. En… elke dag neem ik…’
‘Een klontje voor me mee?’  Bij dat vooruitzicht begint de giraf spontaan een rondedans te maken.
‘Giraf, ik heb nog een vraag,’ zegt Dikker.
‘Die hoef je niet eens te stellen. Ik weet nu al wat je wilt vragen,’ knipoogt de giraf. ‘Jij wilt weer een keer langs mijn nek naar beneden glijden.’
Dikker zegt verder niks. Zijn ogen beginnen te stralen bij het vooruitzicht.
‘Maar,’ overpeinst de giraf hardop. ‘Je kunt niet meer vanaf mijn kop naar beneden glijden. Daar is mijn nek te dun en jij te dik voor. Sorry dat ik het zeg.’
Dikker buigt zijn hoofd en probeert zijn voeten te zien onder zijn overhangende buik. Dat lukt niet. De giraf heeft gelijk, denkt hij, dat is te gevaarlijk. Ik ben te zwaar. Stel je voor dat de giraf zijn nek breekt.
Die ziet de teleurstelling op het gezicht van Dikker en onderbreekt zijn gedachten: ‘Ik weet wel een oplossing hoor.’
Hoopvol kijkt Dikker hem aan en luistert naar het voorstel van de giraf.
‘Als jij nu op het hoogste punt van het hek gaat zitten, dan ga ik daarvoor op mijn knieën zodat het onderste deel van mijn nek dichtbij je is. Je kunt je handen om mijn nek slaan en op de overgang tussen nek en rug gaan zitten. Daarna strek ik mijn voorpoten een beetje zodat mijn buik en hoofd omhoogkomen en mijn kont naar beneden gaat. Dan glijd je toch een beetje naar beneden. Maar je moet wel opschieten hoor, Dikker, want anders zien de verzorgers je zometeen of, erger nog, de bezoekers. Stel je voor, dan willen alle kinderen van mijn nek naar beneden glijden. En dat mag er maar één: Dikker Dap!’

© Vera Oor, 2026

Beschermend blad

Waarom zou ik langer blijven liggen. Eruit! Vannacht heb ik de ramen wagenwijd open gehouden en de heldere zomerochtendlucht drijft de kamer...