‘Ik kom er zo
aan,’ hoor ik als we opzij van het huis naar achteren lopen. Ik hoor de man
wel, maar geen kip te zien. Dat is wel anders als ik het niet over mensen heb.
Het gekakel van kippen is niet te missen. Een kleine vogeltuin strekt zich voor
me uit. Rijen hokken, rennen en waterpartijtjes voor een groot aanbod van
kippensoorten, maar ook pauwen, eenden, siervogels, kanaries. Op ons gemak
bewonderen we het gevederde aanbod. Bij elke stap die we verderlopen voegt zich
wel weer een geluid toe, kleine haantjes lopen kris-kras vrij rond tussen de
met schors bedekte paden en zetten de vaart erin als we dichterbij komen.
De eigenaar komt eraan. Een buitenmens, dat is wel duidelijk met zijn verweerde, bruine gezicht. Een echte liefhebber weet ik nog van ons vorige bezoek.
De eigenaar komt eraan. Een buitenmens, dat is wel duidelijk met zijn verweerde, bruine gezicht. Een echte liefhebber weet ik nog van ons vorige bezoek.
‘We willen een
groot soort kip en een haan.’
Al snel is duidelijk dat de vogel die we op het oog hadden, niet de soort is die mee naar huis gaat. ‘Nee, dat zijn echte legkippen, die leven hooguit een/twee jaar,’ haalt de man ons uit deze droom.
Hm, dat is niet de bedoeling. Dat we eieren kunnen rapen, is leuk, maar we zijn geen eierboerderijtje. Het is gewoon leuk om kippen te bekijken in hun dagelijks gedrag.
Alle andere rassen lopen we langs en over elk ras weet hij wel wat te vertellen. Oké, het worden twee zwarte en een witte kip. De man duikt de hokken in en pakt ze bij de kladden. Deurtje van de bench open, die we meegenomen hebben. Kippen erin, deurtje dicht. Nu nog een haan.
‘Dat is een mooie,’ zeg ik bij een van de hokken.
De man haalt me uit de droom: ‘Die is teruggebracht. Hij viel aan.’
Een andere haan gaat erbij in de bench. Dat ding weegt met inhoud nu toch zo’n 12-15 kilo.
Op huis aan en
de kippenren in met het hele spul. Water en voer staat al klaar. De vier kleine
kipjes die we hebben lopen vrij rond in de wei en komen nieuwsgierig kijken wat
ze nu boven het hoofd hangt. Eentje trekt de stoute schoenen aan en besluit een
van de nieuwkomers even te laten weten wie de baas is. Er passen er wel vier
van zijn gewicht in de grote nieuwkomer, maar daar trekt hij zich geen moer van
aan. Hij wint ook nog.
Niet veel later lopen ze gezamenlijk rond te scharrelen, houden nog wel wat afstand maar vallen niet meer aan.
Bedtijd.
De kleintjes weten de weg en zitten al lang en breed op stok, maar de nieuwen begrijpen niet dat ze een trappetje op moeten lopen om binnen op stok te kunnen gaan. Ze zitten op een kluitje bij elkaar in de ren. Gelukkig woon ik niet alleen en hoef ik niet rond te kruipen om de een na de ander op te pakken en op het trapje omhoog te duwen.
Ze kijken even onwennig rond, maar vinden waarschijnlijk dat ze vandaag wel genoeg beleefd hebben en gaan slapen, wel op afstand van de andere bewoners.
Vanochtend zijn
de kleine kippen al buiten en ik maak het hek open om ze de wei in te laten. De
nieuwkomers zitten nog binnen. Verrek, er ligt zelfs al een XL ei. Zo te zien,
heeft er nog een een ei geproduceerd, maar was zo slim om dat boven de opening
van het trapje uit te poepen.
Onderin ligt de flubberige inhoud.
De haan laat zich horen, nu het licht binnendringt.
Het hele spulletje helpen we met een duwtje om opnieuw de trap te nemen, nu naar buiten.
Dag twee gaat voor hen van start.
Al snel is duidelijk dat de vogel die we op het oog hadden, niet de soort is die mee naar huis gaat. ‘Nee, dat zijn echte legkippen, die leven hooguit een/twee jaar,’ haalt de man ons uit deze droom.
Hm, dat is niet de bedoeling. Dat we eieren kunnen rapen, is leuk, maar we zijn geen eierboerderijtje. Het is gewoon leuk om kippen te bekijken in hun dagelijks gedrag.
Alle andere rassen lopen we langs en over elk ras weet hij wel wat te vertellen. Oké, het worden twee zwarte en een witte kip. De man duikt de hokken in en pakt ze bij de kladden. Deurtje van de bench open, die we meegenomen hebben. Kippen erin, deurtje dicht. Nu nog een haan.
‘Dat is een mooie,’ zeg ik bij een van de hokken.
De man haalt me uit de droom: ‘Die is teruggebracht. Hij viel aan.’
Een andere haan gaat erbij in de bench. Dat ding weegt met inhoud nu toch zo’n 12-15 kilo.
Niet veel later lopen ze gezamenlijk rond te scharrelen, houden nog wel wat afstand maar vallen niet meer aan.
Bedtijd.
De kleintjes weten de weg en zitten al lang en breed op stok, maar de nieuwen begrijpen niet dat ze een trappetje op moeten lopen om binnen op stok te kunnen gaan. Ze zitten op een kluitje bij elkaar in de ren. Gelukkig woon ik niet alleen en hoef ik niet rond te kruipen om de een na de ander op te pakken en op het trapje omhoog te duwen.
Ze kijken even onwennig rond, maar vinden waarschijnlijk dat ze vandaag wel genoeg beleefd hebben en gaan slapen, wel op afstand van de andere bewoners.
Onderin ligt de flubberige inhoud.
De haan laat zich horen, nu het licht binnendringt.
Het hele spulletje helpen we met een duwtje om opnieuw de trap te nemen, nu naar buiten.
Dag twee gaat voor hen van start.