Gisteren ging om 5.15 uur de wekker. Weliswaar is dat volgens zomertijd 6.15 uur, het voelt als 5.15.
Honden hebben geen benul van de tijd, want zodra ze me horen, staan de koppies mijn kant op gericht met een duidelijke vraag in de ogen: Waar blijft het eten? Dus volgens routine eerst de honden eruit en eten en daarna kom ik nog aan de beurt.
Mijn ontbijt heeft denk ik amper de maag bereikt, of ik moet al vertrekken.
Ik heb me opgegeven voor een vroege ochtendwandeling in de dierentuin in Arnhem onder begeleiding van een gids.
Een flinke opkomst vind ik. 36 personen verdeeld over drie groepen en daarmee gaan we de Bush in. Voor de niet-kenners van deze dierentuin: dat is het overdekte gedeelte waarin een tropisch regenwoud is gerealiseerd met veel verschillende dieren en planten.
Het eerste dat opvalt als ik hier op dit tijdstip binnenloop is het overweldigende aanbod van vogelgefluit waarbij er één altijd bovenuit komt: de schreeuwpiha, een onopvallende vogel, met een opvallende scherpe schreeuw.. Het is nog voor de openingstijd van de dierentuin, dus dieren laten zich zien en horen.
De gids leidt ons over mij bekende paadjes, maar neemt ook minder voor de hand liggende afslagen waarbij het bij een watertje goed opletten is dat mijn voeten niet wegslippen. We steken het over door gebruik te maken van glibberige stenen, die moeten dienen als stapstenen. Het lukt me, al voel ik me zo nu en dan alsof ik in een winkel iets moet hebben uit het onderste schap en het me alleen lukt overeind te komen, als ik mijn handen gebruik om me omhoog te duwen.
Hoog in het gebouw hangen enkele vleerhonden te bungelen met hun vleugels als een dekentje om zich heen gevouwen.
Vogels in opvallende kleuren lopen, vliegen en fladderen voorbij. Gemberplanten groeien hier in vele varianten met verschillende bloeiwijzen. Er is dus niet één soort gemberplant.
Tegen het eind van de rondwandeling gaat ineens de waterval “aan”. De dierentuin is inmiddels geopend en het klaterende water overstemt gedeeltelijk het gepraat van de bezoekers. Pas nu valt het verschil op met de stilte tijdens de rondleiding die alleen begeleid werd door vogelgeluiden.
Het restaurant is nu ook geopend en allereerst pak ik op mijn gemak een kop koffie om vervolgens nog een kort rondje langs enkele dieren in het park te lopen. De stokstaartjes, mijn favorieten, hangen met een aantal lui op hun rug onderuit tegen een in de zon opgewarmde steen. Ze knijpen hun glanzende oogjes dicht als ze tegen de zon inkijken en lijken veel op een groep zonnebadende badgasten.
In het olifantenbuitenverblijf staan twee olifanten met hun poten in de optrekkende nevel. Een beeld dat ik ken van koeien.
Er liggen enorme rotsblokken en van een afstand lijken ook die de vorm te hebben van een olifant. Goed zoeken naar de dikhuiden dus.
Ik loop terug naar de parkeerplaats die vanochtend vroeg vrijwel verlaten was op het aantal auto’s van de deelnemers van de rondleiding na. Dat is nu wel anders. De grote parkeerplek is afgeladen vol en voor de kassa staat een rij.
De zon scheen nog toen ik thuiskwam en als eerste heb ik daar de stokstaartjes nagedaan.
.