Zes maanden en een beetje


 

De verhalen over Pip heb ik nu bijeengebracht in een klein boekje met foto's. Dit vind ik toch makkelijker dan elke keer door de foto's op de telefoon scrollen.

Langzamerhand begint Pip deel uit te maken van de routine in huis en wij maken deel uit van de routine van Pip. Dit alles met de nadruk op langzamerhand.
Een half jaar oud en dat betekent een controle bij de dierenarts, uitgevoerd door de assistente. Vacht: goedgekeurd. Longen en hartje: goedgekeurd, net zoals de oortjes. Maar de tanden! Er zit een dubbele hoektand en dat betekent dat een melktand met een echte hoektand vecht om de plaats. Ze duwt en trekt aan de kleine melktand, maar die geeft geen enkele beweging.
‘Binnen twee weken moet die melktand er toch echt uit zijn. Is dat niet het geval, dan raad ik aan om die, onder narcose, te laten verwijderen.’
Hoppa, de eerste dierenartskosten lijken al een stijgende lijn te worden.
Elke dag vanaf dat moment controleer ik haar tandjes. Muurvast. Totdat…er zit beweging in. De tand wiebelt onder mijn aanraking. Ik moet even denken aan mijn eigen loszittende tanden die ik met mijn tong alle kanten op duwde.
Opeens is de tand verdwenen. Overigens heb ik ook nooit een van de andere melktanden gevonden, dus die zal ze of doorgeslikt hebben of ergens buiten hebben liggen.
 
Dat buiten zijn, dat is het helemaal voor haar. Ze gaat netjes voor de deur zitten en piept een paar keer. Ik weet dat onder een trapje in de tuin weleens muizen hebben gezeten.
Ze zitten er nog. Dat merk ik aan de reactie van Pip, die als een losgeslagen boksbal het trapje afstuitert. Ja, die muizen zullen zich laten zien, die zijn gek!
Verder snuffelen in de border. Mm, zo te ruiken heeft hier ook een muis of iets anders gelopen, denkt Pip en steekt haar kop onder de laurierbladeren. Zij aan de ene kant de kop eronder, de muis aan de andere kant eronderuit. Weg muis. Ik heb hem gezien, Pip niet.
 
Toon is veel minder slachtoffer van haar speelenthousiasme. Nu is alle aandacht gericht op Dorus. Die vindt het maar wat leuk en als twee hazen staan ze na de ochtendwandeling tegenover elkaar in de boksring. Het lijkt heel wat, te horen aan de geluiden, maar die horen erbij. Zodra ik de deur open, racen ze achter elkaar naar binnen en de bank op. Niet veel later ligt het tweetal naast elkaar bij te komen.
Ze hebben ook hun knuffelmomentjes. Ze liggen op hun zij, leggen zo nu en dan een pootje over de ander heen als een arm om een schouder en dan beginnen ze te sabbelen aan elkaars hals.
De hondenrace begint weer zo tegen etenstijd. Elke beweging die ik maak, leidt tot een run naar de keukendeur. Ze houden elkaar vast om te voorkomen dat de een eerder bij de bak is dan de ander.
Pip duikt in haar bench en wacht netjes haar beurt af. Als oudste krijgt eerst Toon de voerbak, dan Dorus en dan mevrouw. Het is maar goed dat ik hun eten niet hoef te bereiden en te koken. Dat zou echt zonde van alle tijd zijn, want binnen no time heeft ieder de bak leeg.
De bomen zijn inmiddels kaal en weer begint er een ronde blad vegen, blazen en opruimen. De kruiwagen raakt gevuld met bruin, ritselend blad. Pip wil overal bij zijn en natuurlijk mag ze daarvoor meerijden op de hoop bladeren in de kruiwagen. Als een prinses op de erwt staat ze daar op de hoge stapel en bekijkt de wereld vanuit een hogere positie. 
 
Ook zo’n ritueel: een nieuwe dag begint. Toon slaapt als enige binnen op de bank, Dorus in de bijkeuken in zijn mandje en Pip ernaast in haar mandje in de bench.
Als ik opsta, loopt Toon kwispelend mee naar achteren, begroet Dorus kort en loopt naar buiten. Daar wacht hij tot Pip naar buiten komt. Dat duurt even, want mevrouw moet zich eerst wakker rekken en strekken. Hup, ook naar buiten.
Hè? Wat is dit dan? De wereld is wit. Verwonderd blijft ze staan na enkele passen in het dunne laagje sneeuw. Daarna gaat zoals gebruikelijk haar neus naar de grond en als een volleerde sneeuwschuiver maakt ze haar eigen sneeuwballetjes. Hard lopen door dit witte, koude poeder is ook leuk en slippend komt ze even later terugrennen voor…het ontbijt natuurlijk.
 
Pip heeft haar eigen klaagmuur. Wij noemen het het mopperplankje. Onder de televisie hangt een plankje en zij weet zich daar met een handige sprong toegang te verschaffen. De ruimte is niet groot genoeg om riant te zitten en enigszins in elkaar gedoken zit ze daar in het donker. Als je het niet weet, zie je haar niet zitten. Wanneer ze daar gaat zitten, weten we dat ze ergens ontevreden is. Veelal uit ze dat door haar typerende uithaal, maar eenmaal op die plank, beperkt ze zich tot staren. De ontevredenheid zit hem er meestal in, dat ze haar zin niet krijgt en er niet bij haar piepje de deur geopend wordt.
Jammer dan mevrouw. Toevallig ben jij niet de baas, maar zijn wij dat nog altijd.
Bij haar nieuwe mandje had ze voor de afwisseling wel reden tot klagen. Ik had een fluffy mandje voor haar gekocht. Goed bedoeld hoor, maar dat ding was te klein. Pip is geen minipuppy meer. Ze probeerde erin te gaan zitten, maar dat lukte niet. Ze zag eruit als een toefje slagroom op een rond gebakje.
 
Eén weekend in december rijdt de Christmas train: een ouderwetse stoomtrein tussen Arnhem en Nijmegen en die komt bij ons voorbij, achter het scherm.
Ik ben met Pip in de tuin en opeens een loeier van een toeter. O ja, de kersttrein, weet ik meteen. Ja, dat weet ik maar Pip heeft geen weet van al die menselijke uitspattingen. Ze duikt in elkaar en rent als een dolle naar de deur om daar met gespitste oren en uitpuilende ogen te kijken naar een witte rookpluim die boven het scherm voorbijtrekt, begeleid door een dof ratelend geluid van de wielen. Als laatste stoot de trein nog een donkere kolendampwolk uit. Al snel heeft ze in de gaten dat deze trein op vast tijden voorbijkomt. Ze veert overeind op de stoel en kan nog net de rookpluimen voorbij zien trekken.

©Vera Oor, 2026

Beschermend blad

Waarom zou ik langer blijven liggen. Eruit! Vannacht heb ik de ramen wagenwijd open gehouden en de heldere zomerochtendlucht drijft de kamer...