Het frisse lentegroen vormt een schril contrast

De vrouw bekijkt de emmers in de bloemenwinkel. ‘Heeft u nog anemonen?’ vraagt ze als ze aan de beurt is.
De verkoopster achter de balie schudt langzaam haar hoofd. ‘Nee, mevrouw Winters, helaas. Ze zijn niet meegekomen van de veiling vanochtend. Ik heb daar gezocht naar anemonen omdat ik u al verwachtte vandaag. Geen enkele kweker heeft ze aangeleverd op de veiling.’
Isha Winters omklemt de schouderriem van haar tas alsof ze daar houvast zoekt. Ze vermijdt de blik van Els, de verkoopster, en laat haar ogen dwalen over de met bloemen gevulde emmers. Uiteindelijk trekt ze het laatste bosje ranonkels omhoog en loopt terug naar de toonbank. Met vooruitgestrekte arm om te voorkomen dat de waterdruppels op haar lichtgekleurde suède schoenen vallen.
‘Doe deze dan maar. Ze lijken er tenminste een beetje op,’ zegt ze zachtjes. Terwijl Els het bosje in folie rolt, zoekt Aisha in haar tas naar de portemonnee.
Ze pint het verschuldigde bedrag en pakt het knisperende folie aan.
Els knikt haar vriendelijk toe. ‘Een… uh, uh, dag hoor.’
 
Iedereen in dit kleine dorp kende elkaar. Geheimen deden wanhopig hun best om verborgen te blijven, meestal zonder resultaat.
De reacties van haar dorpsgenoten kreeg Aisha niet mee. Ze moest haar wildebras goed in de gaten houden.
‘Ze doet het toch maar hoor, als alleenstaande moeder,’ zei een van de wachtenden in de rij bij de bakker. ‘Heel knap.’
In plaats van ter plekke dood neer te vallen door de venijnige blik die de domineesvrouw haar toewierp, werd de vrouw gesterkt en deed er nog een schepje bovenop: ‘Ze zou een perfecte onderwijzersvrouw zijn geweest. Zo lief als ze voor kinderen is.’
‘Kom Bobby, trap maar goed door,’ zei Aisha tegen haar vierjarige zoontje. ‘Dan kunnen we nog voor het eten de bolletjes in de tuin ingraven.
Het jochie spande de spieren in zijn kleine benen aan en maakte vaart op zijn driewieler. In het mandje achterop lagen zakjes met bloembollen. Hijgend reed hij als eerste het tuinpad op van het net buiten het dorp gelegen vrijstaande huis en stapte af om vervolgens triomfantelijk zijn moeder op te wachten als die het terrein opfietst. ‘Ik heb gewonnen.’
Aisha spreidde haar armen en ving het dreumesje op dat op haar af kwam rennen. Ze snoof de frisse herfstgeur op, die zich aan zijn blonde kuif gehecht had. ‘Je lijkt op je vader, Bobbie. Die wilde ook altijd de eerste zijn.’
Wat hadden sommige dorpsbewoners gesmuld van het verhaal van de ongetrouwde moeder. Na de dood van de domineeszoon, Alfred, rolde het lopend vuurtje door het dorp, dat Aisha zwanger was van hem. Waar zijn vader en moeder als gevolg van hun arrogante houding gemeden werden alsof ze een besmettelijke ziekte hadden, had Alfred van jongs af aan de harten van iedereen veroverd. De vrolijke, blonde jongen groeide uit tot een man, die menig meisje graag als echtgenoot zou hebben gezien. Maar Alfred had alleen oog voor Aisha.
Tijdens het jaarlijkse dorpsfeest veroverde hij de titel van beste sporter van het jaar. Aisha hield zich enigszins op afstand, maar hij overbrugde die meters met enkele stappen. ‘Waar blijft de beloning voor de winnaar?’ vroeg hij brutaal. Vanaf dat moment zagen ze elkaar regelmatig. Zonder dat zijn ouders dat wisten.
‘Als ik de baan van onderwijzer krijg, gaan we trouwen,’ verzekerde hij haar.
‘Maar je ouders dan?’ had Aisha bedeesd gevraagd. ‘Die willen dat niet. Ik ben katholiek.’
‘Ze zullen wel moeten,’ antwoordde Alfred met glanzende ogen, terwijl hij haar twijfels van dat moment wegnam, door haar mee te nemen in een hartstochtelijke omhelzing.
Alfred overleed niet veel later onverwacht aan een hartstilstand. In kleine, protestante, kring werd hij begraven.  
De dominee en zijn vrouw sloten zich volkomen af voor eenieder die het aandurfde een toespeling te maken op een relatie tussen hun zoon en Aisha Winters. Dat zij zwanger van hem zou zijn, was onmogelijk! Hun zoon zou nooit met een katholiek meisje omgang hebben.
 
Aan het eind van de dag fietst Aisha de landweg af. De ranonkels veilig opgeborgen in de fietstas. Het frisse lentegroen van de bomen aan weerszijden van de weg, filteren het bedeesde zonlicht op deze voorjaarsdag. In schril contrast met het gemoed van Aisha die dit alles niet ziet. Haar blik is gevestigd op het fietspad. Ondanks het droge weer blijven haar wangen nat.
Haar handen omklemmen de handvatten. Ze mindert snelheid door langzamer, en moeizamer, te trappen. Daar, daar is hij. Aisha focust haar blik op de plek enkele meters voor haar. Ze stapt af. Haar fiets hangt ze tegen het gaas van een weiland aan. Voorzichtig pakt ze de ranonkels.
Het is bijna windstil, de blaadjes bewegen lichtjes boven haar hoofd en de heldere stem van Bobby waait haar gedachten binnen:  ‘Ik heb gewonnen.’
De ranonkels schikt ze zorgvuldig in de ingegraven pot naast de boom. ‘Bobby, voor jou. Er waren geen anemonen,’ fluistert ze.
Het grafkaarsje in de lantaarn werpt een flikkerend lichtje op de tekst op het bordje dat erbij staat: ‘Bobby Winters.’
Zoals alle afgelopen jaren liggen er ook nu handgeschreven kaartjes van Bobby’s vrienden van toen, die allemaal deel uitmaakten van de deelnemende groep in de wielerwedstrijd. De groep die het vanaf dat moment zonder hun zeventienjarige aanvoerder moest doen als gevolg van het rijgedrag van een roekeloze automobilist.
Terwijl Aisha op haar hurken zit en de kaartjes bekijkt, voelt ze ineens een hand op haar schouder. Als ze zich geschrokken omdraait, ontmoet ze de vriendelijke ogen van Els, de bloemiste van vanochtend.
‘Ik heb bij een collega bloemist een bosje anemonen kunnen vinden. Alstublieft. Voor Bobby.’
Ze hurkt naast Aisha. Ze zwijgen allebei en zijn met hun gedachten bij de laatste rit van Bobby.
‘Ze lagen aan kop. Bobby zou hebben gewonnen,’ glimlacht Aisha voorzichtig naar Els.  
‘Hebben anemonen een bepaalde betekenis voor u? Omdat u ze elk jaar op deze dag haalt?’
Een moment is het stil.
Dan kijkt Aisha Els aan: ‘Ja, dit is de dag dat hij als vierjarig kind zijn zelf geplante bolletjes boven de grond had zien komen en de eerste, gekleurde, anemonen zich ontvouwden.’

©Vera Oor, 2026

Beschermend blad

Waarom zou ik langer blijven liggen. Eruit! Vannacht heb ik de ramen wagenwijd open gehouden en de heldere zomerochtendlucht drijft de kamer...