Wat heb ik nou aan mijn fiets hangen?

 

Het kost haar zichtbaar moeite om vooruit te komen en ondanks haar inspanningen heeft Elma niet het idee dat ze meters maakt. Hijgend stapt ze af om te kijken of een lekke band de reden kan zijn dat ze zo zwaar moet trappen.

‘Wat heb ik nou aan mijn fiets hangen?’ roept ze hardop als ze naar de brede strook van platgewalste sneeuw kijkt die ze achter zich heeft gelaten. Niet het spoor van een fietsband maar zo breed als een van een sneeuwschuiver.
Ze krabt zich een keer onder haar muts en kijkt vertwijfeld rond. Een man stapt af en vraagt of er iets aan de hand is.
‘Nee, maar ziet u ook die platgewalste sneeuw. Dat is niet van mijn fiets. Ik kom amper vooruit,’ zegt Elma. ‘Ik begrijp er niets van.’

De man glimlacht. ‘Ik weet wat het is. Hoe heb je oudjaar gevierd?’
‘Wat heeft dat er nu mee te maken,’ vraagt Elma verbaasd. ‘Hoe ik oudjaar gevierd heb? Met enkele vrienden gezellig wat drinken en oliebollen eten natuurlijk. Dat heeft toch niks met mijn fiets te maken.’ Het ongeduld klinkt door in haar stem.
‘Heb je teruggekeken op afgelopen jaar?’ vraagt de man.
Elma antwoordt niet eens. Wat heeft hij nu met haar oudjaar te maken. Idioot al, dat ze zelfs antwoord heeft gegeven op zijn eerdere vraag. Ze duwt de fiets verder en loopt ernaast. Zelfs dit gaat moeizaam.

De man loopt nog steeds naast haar en praat verder alsof hij niet in de gaten heeft, dat Elma echt niet op hem zit te wachten.
‘Ik ben Vadertje Tijd.’
‘Mooi, maar laat me nu maar met rust,’ zegt Elma. Ook dat nog. Een halve zool die denkt dat hij een of ander sprookjesfiguur is. Was hij maar een motortje dan kon ze hem aan haar fiets binden, zodat ze vooruit kan komen.
‘Het is belangrijk om terug te kijken op het voorgaande jaar,’ houdt de man stug vol.
‘Nou, laat dat maar achterwege. Een en al doffe ellende,’ moppert Elma.
Op het moment dat de man een hand op haar arm legt, wil ze die van zich afslaan, maar dat lukt niet.
‘Net zoals mijn hand, blijft het oude jaar aan je hangen. Alles wat jij ellende noemt, sleep je nu met je mee het nieuwe jaar in. Het blijft je vasthoudend achtervolgen.’

Elma zucht hoorbaar en kijkt hem aan. ‘Wat wilt u nu.’
Vadertje Tijd glimlacht haar bemoedigend toe en tot Elma’s grote verbazing somt hij enkele ingrijpende gebeurtenissen van afgelopen jaar op. Hij ziet haar kijken en legt uit dat hij er is om haar te helpen een beetje van de balans terug te vinden, zodat het nieuwe jaar lichter kan beginnen.
Hoe hij dat doet, vertelt hij er niet bij, maar gaandeweg ontfutselt hij haar de momenten dat ze zich blij heeft gevoeld. Het zijn soms slechts kleine dingen, die ze alweer vergeten was en die zijn ondergesneeuwd door minder prettige gebeurtenissen. Er komen nu ook andere herinneringen bovendrijven. Zelfs momenten waarvan Elma gedacht had, dat het nooit goed zo komen maar die, nu ze erop terugkijkt toch anders uitgepakt hebben.
De hand op haar arm voelt ze niet meer, de man naast haar is verdwenen.
Elma legt haar handen op het stuur en besluit nogmaals te proberen verder te fietsen. Het lukt. Als ze achterom zou hebben gekeken, had ze gezien dat de fiets alleen een bandenspoor achterlaat. De frisse, dikke sneeuwvlokken dwarrelen lichtjes om haar heen.

Beschermend blad

Waarom zou ik langer blijven liggen. Eruit! Vannacht heb ik de ramen wagenwijd open gehouden en de heldere zomerochtendlucht drijft de kamer...