Er hangt een zinderende spanning rond New York. De ronde die een man heeft gemaakt in de wijde omgeving is niet onopgemerkt gebleven. Op wie zal de keuze dit jaar vallen en wie valt een indrukwekkend einde ten deel?
‘Oh, nee, ze komen voor jou. Wat moet ik doen als jij weg bent? We staan hier al een hele tijd samen,’ roept hij naar zijn vele malen groter evenbeeld, die hoog uittorent boven alle andere Noorse sparren.
De grote boom buigt zijn top naar hem toe: ‘Ik zal je missen, kleintje. Ik kan alleen maar gokken waar ik naar toe ga, maar als ik de verhalen mag geloven ga ik een flonkerende ondergang tegemoet. Eens komt dat moment natuurlijk en wat is er dan mooier dan op die manier? Jouw tijd komt nog wel, houd moed, Kleintje.’
Mensen binden banden om de grote boom en zetten de eerste bijlslagen in de stam, zo dicht mogelijk bij de grond. De bodem trilt bij de enorme slagen en even later valt de boom. De druppels hars die uit zijn schors stromen, vallen op de kleine boom, die deze druppels krampachtig vasthoudt. Het laatste aandenken aan zijn Grote vriend.
Kleintje vraagt zich af: Wat gaat er nu
gebeuren? Ik moet nog groot worden? Eindig ik nu in een houtkachel, zoals
andere bomen die mij zijn voorgegaan?
Al snel merkt hij dat de jongen andere plannen met hem heeft, als die hem vanuit de aarde overzet in een geglazuurde rode pot, waar witte sneeuwsterren op zijn gespoten. Achterop de bagagedrager van de fiets, bekijkt hij de omgeving en hij wordt nieuwsgierig waar hij naartoe gaat.
‘Kijk, oma, ik heb een kerstboom voor je gevonden,’ roept de jongen naar de vrouw in de stoel, die haar hoofd naar hem toedraait. Hij loopt vlug naar haar toe en zet de pot op het tafeltje naast haar neer. Even denkt hij een glimp van een glimlach op te vangen en dat is voor hem voldoende. Hij pakt enkele kerstballetjes uit zijn zak, die hij van thuis heeft meegenomen en hangt die in het boompje. De hars die de grote boom op de kleine heeft laten druppen, plakt nog voldoende om het kaartje in de vorm van een piek vast te houden. Op het kaartje staat geschreven: “Voor oma, gelukkig kerstfeest, van Jurre.”
Nadat Jurre zijn oma heeft geholpen om enkele slokken thee te drinken, vertrekt hij weer. Het kleine boompje geniet van de aandacht die de oude vrouw hem geeft. Het houdt zijn adem in als haar bevende hand voorzichtig zijn naalden aanraakt.
‘Zo, mevrouw,
ik zal de televisie even voor u aanzetten. Dan kunt u kijken naar het optuigen
van de boom op Rockefeller center,’ knipt de verzorgster de televisie aan. Ze
keurt het boompje geen blik waardig en verdwijnt net zo snel als ze gekomen is.
Verwonderd kijkt het boompje naar het scherm en fluistert: ‘Grote vriend, daar ben je! Je wordt prachtig!’ Hij volgt alles wat er gebeurt en als op het laatst de lichtjes aangaan, klapt hij in zijn takjes.
Zodra de eerste tonen van kerstliedjes te horen zijn, wiegt hij kleine rondjes in zijn pot.
De vrouw naast hem kijkt stilletjes naar haar boompje en verwondert zich er niet eens over dat hij beweegt. Heel langzaam begint ook zij in beweging te komen en wiegt op eenzelfde manier mee in haar rolstoel.
Al snel merkt hij dat de jongen andere plannen met hem heeft, als die hem vanuit de aarde overzet in een geglazuurde rode pot, waar witte sneeuwsterren op zijn gespoten. Achterop de bagagedrager van de fiets, bekijkt hij de omgeving en hij wordt nieuwsgierig waar hij naartoe gaat.
‘Kijk, oma, ik heb een kerstboom voor je gevonden,’ roept de jongen naar de vrouw in de stoel, die haar hoofd naar hem toedraait. Hij loopt vlug naar haar toe en zet de pot op het tafeltje naast haar neer. Even denkt hij een glimp van een glimlach op te vangen en dat is voor hem voldoende. Hij pakt enkele kerstballetjes uit zijn zak, die hij van thuis heeft meegenomen en hangt die in het boompje. De hars die de grote boom op de kleine heeft laten druppen, plakt nog voldoende om het kaartje in de vorm van een piek vast te houden. Op het kaartje staat geschreven: “Voor oma, gelukkig kerstfeest, van Jurre.”
Nadat Jurre zijn oma heeft geholpen om enkele slokken thee te drinken, vertrekt hij weer. Het kleine boompje geniet van de aandacht die de oude vrouw hem geeft. Het houdt zijn adem in als haar bevende hand voorzichtig zijn naalden aanraakt.
Verwonderd kijkt het boompje naar het scherm en fluistert: ‘Grote vriend, daar ben je! Je wordt prachtig!’ Hij volgt alles wat er gebeurt en als op het laatst de lichtjes aangaan, klapt hij in zijn takjes.
Zodra de eerste tonen van kerstliedjes te horen zijn, wiegt hij kleine rondjes in zijn pot.
De vrouw naast hem kijkt stilletjes naar haar boompje en verwondert zich er niet eens over dat hij beweegt. Heel langzaam begint ook zij in beweging te komen en wiegt op eenzelfde manier mee in haar rolstoel.
©Vera Oor, 2025