Diepbedroefd staan de dieren in een kring om Bessie heen.
‘Zal ze nog wel beter worden?’ snikt de miereneter, terwijl ze luidruchtig haar neus ophaalt.
Zeven stokstaartjes verliezen de strijd tegen de zwaartekracht en ploffen op hun buik op het gras. Ze ondersteunen hun koppies met hun voorpootjes en kijken met wijdopen ogen naar Bessie, hun grote vriendin. Al generaties lang is Bessie onderdeel van hun levensgeschiedenis. Verre voorouders hebben Bessie zelfs zien opgroeien.
Zwarte kraaien die regelmatig in de buurt van Bessie te vinden waren om insecten van haar rug te pikken of haar drollen te onderzoeken op iets eetbaars staan vleugellam naar haar te staren.
Een groep slingerapen klemt zich vast om de nek van een giraffe. Hun staarten staan in een kronkel alsof het kapstokhaken zijn. Aan elke haak hangt een emmer, gevuld met water, dat bij iedere stap van de giraffe een beetje over de rand heen klotst.
Olifantenstier Billie loopt achter de giraffe en houdt zijn slurf, die hij volgezogen heeft met water, omhoog.
Drie imposante pelikanen waggelen mee in de stoet waterdragers. Hun keelzak hangt bijna tot op de grond en ze moeten moeite doen hun kop overeind te houden. Vele liters water slepen ook zij met zich mee.
In de verte ziet de groep dieren witte wolken op zich afkomen. Sneeuwhazen en poolvossen jagen de sneeuwvlokken voor zich uit en zijn zelf amper zichtbaar achter dit koudeschild.
Hun poten trekken diepe sporen in het zand als ze plotseling afremmen waarbij de sneeuw zich als een koeltemat om het lichaam van Bessie vloeit.
De slingerapen glijden langs de nek van de giraffe naar beneden en legen hun emmertjes water bij haaar poten.
Billie sproeit vanuit zijn slurf het water als een koude douche over het voorhoofd van Bessie en de pelikanen zakken zo ver mogelijk door hun poten en duwen hun keelzak voorzichtig tegen haar slurf aan. Met een zwaarmoedige kreun heft Bessie haar slurf een beetje en slurpt wat water uit de keelzakken.
Alle verzamelde dieren houden hun adem in en kijken toe hoe Bessie zal reageren op deze hulpactie. Een kleine oogopslag van Bessie is voldoende om hun adem los te laten en hun hoge hartslag iets te laten dalen.
Inmiddels slaat de stoom af van Bessie’s verhitte lijf. De hulptroepen blijven bezig met koelen, koelen en nog eens koelen. Opeens beweegt Bessie haar poten en slaakt een diepe zware zucht, die gevolgd wordt door het geluid van een kindertrompetje. Billie gaat naast haar staan en antwoordt met een luid getrompetter alsof Napoleon zelf eraan komt.
‘Och, Bessie toch,’ fluistert hij. ‘Waarom? Ik was zo bang dat je het niet zou overleven.’
Bessie begint me lange uithalen te huilen en laat zoveel tranen lopen, dat het lijkt alsof alle emmertjes van de slingerapen opnieuw gevuld moeten worden met Bessies verdriet.
‘Ik wilde mooi slank zijn voor jou, Billie,’ fluistert ze zodat alleen Billie haar kan horen. ‘Iedereen noemt me dikhuid en daarom ben ik op het vuur gaan liggen om vet te laten smelten.’
Ondanks de situatie moet de massieve olifantstier glimlachen. ‘Dat is een naam om trots op te zijn. Geen enkel ander dier heeft deze koosnaam, zelfs het nijlpaard niet. Dit hoort gewoon bij het olifant zijn. Stel dat je opzet geslaagd zou zijn en je was heel veel afgevallen, dan kreeg je een andere bijnaam, slaphuid off zo. Als…je het al overleefd zou hebben. Ik schrok me dood toen de vetwalmen opstegen en jouw heerlijke eigen olifantenlucht verbrand begon te ruiken.’
Bessie grote oren beginnen te flapperen als de kwispelende staart van een hond en ze gaat wankelend staan, ondersteund door haar Billie.
Nadat alle dieren zich ervan bewust zijn dat het grootste gevaar gevaar voor Bessie is geweken, gaan ze gezamenlijk aan de slag met het doven van het vuur.
Mollen en konijnen graven uit alle macht flinke bergen zand omhoog en bedekken daarmee de smeulende resten van de houtskool, achteloos achtergelaten door deelnemers aan een illegale barbeque.
‘Zal ze nog wel beter worden?’ snikt de miereneter, terwijl ze luidruchtig haar neus ophaalt.
Zeven stokstaartjes verliezen de strijd tegen de zwaartekracht en ploffen op hun buik op het gras. Ze ondersteunen hun koppies met hun voorpootjes en kijken met wijdopen ogen naar Bessie, hun grote vriendin. Al generaties lang is Bessie onderdeel van hun levensgeschiedenis. Verre voorouders hebben Bessie zelfs zien opgroeien.
Zwarte kraaien die regelmatig in de buurt van Bessie te vinden waren om insecten van haar rug te pikken of haar drollen te onderzoeken op iets eetbaars staan vleugellam naar haar te staren.
Een groep slingerapen klemt zich vast om de nek van een giraffe. Hun staarten staan in een kronkel alsof het kapstokhaken zijn. Aan elke haak hangt een emmer, gevuld met water, dat bij iedere stap van de giraffe een beetje over de rand heen klotst.
Olifantenstier Billie loopt achter de giraffe en houdt zijn slurf, die hij volgezogen heeft met water, omhoog.
Drie imposante pelikanen waggelen mee in de stoet waterdragers. Hun keelzak hangt bijna tot op de grond en ze moeten moeite doen hun kop overeind te houden. Vele liters water slepen ook zij met zich mee.
In de verte ziet de groep dieren witte wolken op zich afkomen. Sneeuwhazen en poolvossen jagen de sneeuwvlokken voor zich uit en zijn zelf amper zichtbaar achter dit koudeschild.
Hun poten trekken diepe sporen in het zand als ze plotseling afremmen waarbij de sneeuw zich als een koeltemat om het lichaam van Bessie vloeit.
De slingerapen glijden langs de nek van de giraffe naar beneden en legen hun emmertjes water bij haaar poten.
Billie sproeit vanuit zijn slurf het water als een koude douche over het voorhoofd van Bessie en de pelikanen zakken zo ver mogelijk door hun poten en duwen hun keelzak voorzichtig tegen haar slurf aan. Met een zwaarmoedige kreun heft Bessie haar slurf een beetje en slurpt wat water uit de keelzakken.
Alle verzamelde dieren houden hun adem in en kijken toe hoe Bessie zal reageren op deze hulpactie. Een kleine oogopslag van Bessie is voldoende om hun adem los te laten en hun hoge hartslag iets te laten dalen.
Inmiddels slaat de stoom af van Bessie’s verhitte lijf. De hulptroepen blijven bezig met koelen, koelen en nog eens koelen. Opeens beweegt Bessie haar poten en slaakt een diepe zware zucht, die gevolgd wordt door het geluid van een kindertrompetje. Billie gaat naast haar staan en antwoordt met een luid getrompetter alsof Napoleon zelf eraan komt.
‘Och, Bessie toch,’ fluistert hij. ‘Waarom? Ik was zo bang dat je het niet zou overleven.’
Bessie begint me lange uithalen te huilen en laat zoveel tranen lopen, dat het lijkt alsof alle emmertjes van de slingerapen opnieuw gevuld moeten worden met Bessies verdriet.
‘Ik wilde mooi slank zijn voor jou, Billie,’ fluistert ze zodat alleen Billie haar kan horen. ‘Iedereen noemt me dikhuid en daarom ben ik op het vuur gaan liggen om vet te laten smelten.’
Ondanks de situatie moet de massieve olifantstier glimlachen. ‘Dat is een naam om trots op te zijn. Geen enkel ander dier heeft deze koosnaam, zelfs het nijlpaard niet. Dit hoort gewoon bij het olifant zijn. Stel dat je opzet geslaagd zou zijn en je was heel veel afgevallen, dan kreeg je een andere bijnaam, slaphuid off zo. Als…je het al overleefd zou hebben. Ik schrok me dood toen de vetwalmen opstegen en jouw heerlijke eigen olifantenlucht verbrand begon te ruiken.’
Bessie grote oren beginnen te flapperen als de kwispelende staart van een hond en ze gaat wankelend staan, ondersteund door haar Billie.
Nadat alle dieren zich ervan bewust zijn dat het grootste gevaar gevaar voor Bessie is geweken, gaan ze gezamenlijk aan de slag met het doven van het vuur.
Mollen en konijnen graven uit alle macht flinke bergen zand omhoog en bedekken daarmee de smeulende resten van de houtskool, achteloos achtergelaten door deelnemers aan een illegale barbeque.