Waar overdag het dorpsplein volgeplempt is met geparkeerde auto’s, is het ’s avonds leeg. Geen voertuig meer te bekennen op het grind onder de cirkel van oude, dikke platanen. Bij een van de bomen valt een klein paaltje ernaast in het niet. Het is vergroeid in de stam en ergens hangt een restant van het brede, zwarte band wat dit paaltje ooit verbond met de boom. Zijn functie van ondersteuning voor een piepjonge plataan is niet meer nodig. Een man loopt met zijn hond de avondronde en bij de laatste boom die het dier tegenkomt, tilt hij nog even zijn poot op. Zo, dat heb ik toch maar mooi geflikt, hoor je hem bijna denken. De heldere maan hangt als een kroonluchter boven het plein. De kruinen van de bomen raken elkaar aan en vormen een grillig gevormd takkennetwerk. Bruine vruchtbolletjes hangen slingerend onder de takken. Je oog moet er net op vallen, anders zou je het niet zien, maar op ca 15 centimeter boven de grond gaan kleine rood-zwarte luikjes open van het middeleeuwse pand, dat dienst doet als gemeentehuis.
Ik druk me
tegen de muur en blijf roerloos staan. Ik ben benieuwd of ik vanavond een
bevestiging krijg van mijn vermoeden van nachtelijke bezoekers die elkaar op
het plein ontmoeten. Uit een van de
luikjes piept een spits snuitje naar buiten. De snorharen verkennen trillend de
omgeving en de donkere kraaloogjes observeren de omgeving. Er klinkt een hoge
piep en binnen een mum van tijd zitten er wel twintig veldmuisjes op het grind.
Snuffelend tussen al de steentjes gaan ze op zoek naar restanten van eten, die wandelaars
daar hebben laten vallen. Dan valt mijn blik op de bolletjes onder de takken:
ze worden verlicht door manestralen en bungelen heen en weer op een enkel
zuchtje wind als te vroeg opgehangen kerstballetjes.Tussen de
schors in camouflagekleuren kruipen insecten naar buiten die ’s nachts actief
zijn.
Zonder dat ik
er erg in heb, tikt de tijd voort en wordt de maan naar het westen verdrongen
door de ochtendschemering. Alle pleinbezoekertjes verdwijnen weer naar hun
verblijven. De man en zijn hond zijn uitgeslapen en beginnen aan hun
ochtendwandeling. Hun adem vormt in de frisse ochtend nog kleine wolkjes uit de
mond en bek. De hond trekt aan de riem om zijn baasje mee te slepen naar de
boom die hij gisteren als laatste bewaterde. Hij snuffelt of er de afgelopen
uren geen concurrent op deze plek is geweest en bekroont zijn onderzoek met
opgetilde poot. Daarna krabbelt hij het losse grind eromheen weg, om te
bevestigen dat dit toch écht zijn boom is. De eerste
auto’s komen het grind oprijden en de bestuurders ervan hebben geen weet wat
hier ’s nachts allemaal gebeurt. De eerste broodkruimels vallen alweer op de
grond.
© Vera Oor, 2024