Februari 2024:
De 22 bejaarde paarden en drie varkentjes zijn volledig overstuur, nadat een bezoeker achteloos een krant op de grond heeft laten vallen. Tijdens het ronddraaien van de stoomcarrousel hebben ze allemaal de grote krantenkop kunnen lezen: “Exit dieren in stoomcaroussel in de Efteling”.
Vanaf 1956 draaien zij hun dagelijkse rondjes en
hebben genoten van de opgewonden kinderstemmen. Overigens bleef het niet bij
kinderstemmen, ook volwassenen konden zich weer even kind voelen.
Zodra een bezoeker bij de caroussel staat
en die in beweging komt, begeleid door stoomgeluiden en vrolijke kermismuziek, wordt
die meegenomen in de vrolijke sfeer. De varkentjes genieten van de pogingen die
bezoekers doen om zich in zijn lijf te wringen om er te zitten. Prinsen en
prinsesjes nemen plaats in de koetsen en een enkele stoere ridder klimt op een
paardenrug. Hier beleven kinderen nog hun eigen sprookje, zoals ook in het
sprookjesbos.
Ruim voor de openingstijd hebben de dieren een
kringoverleg belegd. De dieren, normaal gesproken glanzend
van de kleurrijke verf, zien er vaal en bleekjes uit. Ze hebben een doorwaakte
nacht achter de rug.
‘Wat hangt ons boven het hoofd?’ knort een van
de varkens. Enkele paarden laten hun hoofd hangen, de teugels hangen er slapjes
bij. Daar gaat hun toekomst, maar niet alleen die van hun, ook van kinderen.
Een van de paarden valt het varken bij en
hinnikt zwaarmoedig: ‘Dit is pas het begin. Hoe denk je dat dit zich gaat
ontwikkelen? We kunnen onze biografie gaan schrijven: “De verdreven dieren”.
Doffe, uitgebluste ogen van de andere paarden
kijken zijn kant op en hij vervolgt: ‘Het sprookjesbos kan wel opdoeken.
Hoeveel sprookjes met dieren zijn daar wel niet? Het blijft echt niet bij
de stoomcaroussel!’
De opwinding heeft zich verspreid en dieren uit
het sprookjesbos verzamelen zich in het Carousselpaleis.
De ezel uit “Ezeltje strek je”, de wolven uit “Roodkapje” en “De wolf en de
zeven geitjes”, waar van het laatste sprookje ook de geitjes er staan. De
kikkers en ganzen uit “De Indische Waterlelies” en de zwanen uit “De zes
zwanen” worden begeleid door honderden muizen, die overal in het sprookjesbos
leven.
De groep is bij lange na niet compleet, want
alle andere dieren zijn ook onderweg. Het is dringen in het Carousselpaleis en
iedereen praat, kwaakt, hinnikt, knort, gakt en piept door elkaar.
Een van de uilen, die bij het huisje
van Pinoccio te vinden zijn, fladdert naar het midden en
roept op tot rust: ‘Mededieren, ik heb een voorstel.’
Meteen is het muisstil en iedereen luistert gespannen naar het plan van de uil.
‘We blijven hier en gaan niet terug naar de
plek, waar we altijd staan. Het zal al snel blijken hoe we gewaardeerd
worden.’
De uil kan rekenen op grote bijval, de deuren
worden gesloten en iedereen blijft binnen.
De Efteling opent de deuren en de bezoekers
stromen massaal naar binnen. Een deel slaat af naar de attracties met achtbanen
en waterpret. Het andere deel duikt het sprookjesbos in. Al snel komt deze
laatste groep met teleurgestelde gezichten het bos weer uitlopen. Er is niets
te zien van de anders zo opgewonden kindergezichtjes als ze de route door
het sprookjesbos hebben gelopen. De groep wordt groter en groter en verzamelt
zich rond een Eftelingmedewerker die hen uitleg komt geven: ‘Tot onze grote spijt
zijn krantenberichten van gisteren aanleiding geweest voor alle dieren om in
staking te gaan. Zij vrezen voor hun toekomst.’
Een van de ouders roept uit: ‘Ik kan het me
voorstellen. Dit was zo’n belachelijke oproep. Te gek voor woorden, dat
kinderen het gevoel zouden krijgen dat dieren puur voor plezier gebruikt
worden. De volgende stap is zeker, dat ze hun huisdieren ook maar weg moeten
doen?’
Hij krijgt bijval van de verzamelde groep en ze
besluiten de inmiddels gearriveerde pers een statement mee te geven.
De dag erop kopt de krant: ‘Geef kinderen de
beleving van een sprookje. Het hoort thuis in de kinderwereld, waarin ze nog
onbevangen kunnen zijn.’