O jee, de aftakeling slaat toe, schiet het door mijn hoofd.
Met mijn boodschappenlijstje op de telefoon bij de hand ligt onderhand alles wel in het boodschappenwagentje wat ik nodig heb. Even controleren. Nee, koffie vergeten!
Teruglopend naar het vak van de koffie hoor
ik mezelf, gelukkig niet al te hard, zeggen: ‘Koffiemelk, volgens mij is die
ook bijna op.’
Koffiemelk gepakt, in het wagentje gezet en weer
verder gelopen. Nog een keer het lijstje nalopen. Nou moe, nog steeds geen
koffie. Nu was ik notabene daarvoor teruggelopen naar het vak en kom
zonder koffie maar wel met koffiemelk terug.
Gelukkig ben ik niet de enige. Ook vandaag
kom ik in de winkel weer mensen, ook veel jonger dan ik, tegen die ik een beetje in zichzelf mompelen.
Soms kan ik het niet laten en vraag dan aan een wildvreemde: ‘Wat zocht je ook
alweer, hè?’
Nog nooit is iemand daar boos over geworden, ze
herkennen zichzelf wel in die opmerking, en meestal krijg ik een antwoord als: ‘Oh,
erg hè,’ vergezeld van een big smile.
Dit gebeurt overigens niet alleen in de winkel,
maar ook thuis. De trap oplopen en aan mezelf vragen als ik boven ben: ‘Wat
ging ik ook alweer doen?’
Meestal gebeurt dat als ik er met mijn gedachten niet
helemaal bij ben of onderweg afgeleid word. Bijvoorbeeld door iets dat op de
trap ligt en dat ik oppak om maar gelijk mee te nemen. Maar dat was niet waarvoor ik naar boven liep.
In dit soort situaties is de beste oplossing nog altijd om terug te lopen naar
waar je vandaan kwam en meestal schiet je halverwege wel weer te binnen wat je
van plan was.
Hoe vaak anderen dat ook meemaken, hoor je wel als je zo’n voorbeeld deelt.
©Vera Oor, 2024 Geplaatst op pagina Gastschrijvers Gelderlander