Haarspeldbocht



‘Miraaa! Heb jij mijn spullen weer eens gebruikt?’, blèrt Susan door het huis. ‘Miraaa!’

Nou, mocht Mira haar naam nu nog niet gehoord hebben, dan mankeert er wat aan haar oren. Dat dat niet zo is, blijkt al snel als ze haar hoofd om de hoek van de slaapkamerdeur steekt.

‘Nee, ik ben niet op je kamer geweest,’ laat ze weten en wijst naar haar voorhoofd, ‘je krijst alsof je vermoord wordt!’

‘Jij bent de enige die iets met mijn make-upspullen kan en mijn hele tas is nu verdwenen.’

Dat Susan twijfelt aan de oprechtheid van het antwoord van Mira is wel duidelijk, maar die haalt haar schouders op, verdwijnt in haar kamer en trekt de deur achter zich dicht. Susan stuitert de trap af en vliegt de huiskamer in, waar haar moeder aan de eettafel zit te puzzelen.

‘Mam, weet jij waar mijn make-upspullen kunnen zijn?’ vraagt ze tegen beter weten in, want haar moeder gebruikt nooit make-up.

‘Nee, geen idee. Heb je Mira al gevraagd?’

‘Die zégt dat ze hem niet heeft, maar ik geloof er niks van. Ik ga bij haar op de kamer kijken.’

Terwijl ze de trap met twee treden tegelijk weer oprent naar boven, hoort ze vanaf de zolder gehuil. Dat moeten haar broertjes zijn, de tweeling Finn en Brian.  Ze vergeet haar make-up tas en neemt ook de trap naar de zolder met reuzenpassen.

 

Daar aangekomen ziet ze de twee jongetjes op de grond zitten, tussen de rails van hun spoorlijn, die ze met hulp van vader aangelegd hebben. Een modelspoorlijn die in de loop der tijd uitgebreid is tot behoorlijke afmetingen met dorpjes, bergen, kleine stationnetjes. Een ware lust voor het oog.

‘Wat doen jullie hier? Jullie mogen hier niet spelen als papa er niet bij is,’ bijt Susan ze toe.

Met betraande ogen kijkt de tweeling naar hun grote zus en proberen hun tranenregen te stoppen, wat ze niet lukt. Dikke tranen lopen over hun wangen en met trillende lipjes beginnen ze allebei tegelijk te stotteren. Er valt geen touw aan vast te knopen, aan de halve woordjes onderbroken met snikken en neusophalen. Dan valt de blik van Susan op…haar make-uptas. Bij het aangelegde berglandschap staat de tas en de inhoud ligt verspreid.

‘Hebben jullie mijn make-uptas gepakt?’ vraagt ze maar de ingehouden boosheid blijkt overduidelijk uit haar ogen.

De jongetjes gaan nog een standje hoger in de productie van tranen en stotterwoordjes, totdat er eindelijk iets van te begrijpen valt voor Susan.

Over enkele dagen is vader jarig en zij hadden samen het plannetje om hem te verrassen met een haarspeldbocht in de bergen, die aan moest sluiten op de rails. De haarspelden uit de tas van Susan hadden ze in de goede vorm gebogen maar het lukte ze niet om het treintje erover te laten rijden.  De dikte van de rails die ze uit de haarspelden hadden gevormd, kregen ze met geen mogelijkheid in dezelfde uitvoering als de rails die er al lagen. Dat betekende dat de trein zelfs nog vóór de haarspeldbocht uit de rails zou vliegen.

De boosheid van Susan verdwijnt als sneeuw voor de zon als ze hoort van de goede bedoelingen en de jammerlijk mislukte poging. Ze gaat gehurkt voor haar broertjes zitten en troost ze met de volgende belofte: ‘Morgen heb ik vrij, dan neem ik jullie mee naar de winkel voor modelspoortreinen en koop ik samen met jullie een mooie haarspeldbocht die past bij deze rails.’

Twee opgeluchte gezichtjes zijn haar beloning en ze neemt ze mee naar beneden.

Snel kijkt ze nog even om de hoek van de kamerdeur van Mira en roept: ‘het raadsel is opgelost. Kom ook maar beneden, dan hoor je waar mijn make-uptas gebleven was. 

Beschermend blad

Waarom zou ik langer blijven liggen. Eruit! Vannacht heb ik de ramen wagenwijd open gehouden en de heldere zomerochtendlucht drijft de kamer...