Wachtmeester Kauw

 
Jarenlang hebben we een tamme kauw gehad. Hij vloog buiten rond en had zo zijn plekjes waar hij ging zitten. Een van de favoriete plaatsen was op een van de baleinen van de parasol op. Het nadeel was, dat de tafel eronder niet echt bruikbaar was. Het diertje moest natuurlijk ook poepen en met een kauwentoilet hadden we geen rekening gehouden bij de verbouwing.
“Elk nadeel heb zijn voordeel”, zei een wijs man ooit: het plezier wat we aan de kauw beleefden won het van de overlast.

Mijnheer wist precies wanneer wij ’s ochtends opstonden want even later werd dan zijn voederbak gevuld. Ik denk dat het een enigszins autistische kauw is geweest, want hij gaf ons niet de gelegenheid eens lekker uit te slapen. Hij hield zich vast aan een strak schema. De tijd van wakker worden was voor hem in het weekend dezelfde als doordeweeks. Als hij nog niks tegenkwam in zijn voerbak vond hij het tijd om voor wekker te gaan spelen. Hij balanceerde op de vensterbank voor het slaapkamerraam. Vervolgens gaf mijnheer een ware roffel ten gehore door met zijn snavel op het raam te tikken.
De gordijnen waren altijd wel een stukje open en naar buiten kijkend, keek ik recht in zijn twee opvallend lichte oogjes en hoorde zijn kenmerkende geluid: “ka, ka, ka”. Inmiddels zijn we denk ik zo’n 35 jaar verder, maar ik kan het geluid van een kauw altijd onderscheiden van de geluiden van andere kraaiachtigen. 

Waar hij ook zat, als ik een van mijn armen gestrekt zijwaarts bracht en daarbij de kauw riep, dan kwam hij aangevlogen. Het was me niet altijd duidelijk waar hij vandaan kwam, maar meestal was hij er vrij snel. Met een duik landde hij vervolgens op de onderarm en liet zich heerlijk achter zijn kopje kroelen. 
De straat tegenover ons huis werd afgezet. Daarmee moest parkeeroverlast voorkomen worden van toeschouwers voor het Vierdaagse-legioen wat passeerde. Mijn partner, getooid met politiepet en fluitje, stond bij de ingang van de straat om het kaf van het koren te scheiden en te checken of iemand daadwerkelijk aanwonende was en wél door mocht rijden.

Op een gegeven kwamen er enkele fietsers aan. Ook zij werden tegen gehouden door de zijwaarts gestrekte arm van oom agent. Ze stapten af, voelden een luchtverplaatsing boven zich, doken in elkaar en zagen iets zwarts voorbijkomen. Met een perfecte landing kwam de kauw assisteren. Hij landde op de arm en trippelde door tot aan de schouder om van daar af de geschrokken fietsers aan te kijken. Die mensen hebben vast gedacht dat ze in een opname van ‘The birds’ van Hitchcock terecht waren gekomen.
Ik heb, jammer genoeg, dit alles niet zelf gezien maar kreeg het later beeldend verteld. Wat jammer dat bodycams nog niet gedragen werden door agenten. Dat had ongetwijfeld een spectaculair beeld opgeleverd voor een uitzending van ‘De verborgen camera’.


Ingekorte versie geplaatst op pagina Gelderlander Gastschrijvers, 12-8-2023

Beschermend blad

Waarom zou ik langer blijven liggen. Eruit! Vannacht heb ik de ramen wagenwijd open gehouden en de heldere zomerochtendlucht drijft de kamer...