Fancy fair

 

In een oude tweedehands rode Ford Taunus zaten we met ons drietjes op de achterbank wanneer we een dagje erop uit gingen. Veelal was dat een bezoekje aan familieleden of bekenden ergens in het land. De tijd onderweg doodden we met het verzinnen van woorden aan de hand van kentekens van auto’s die ons tegemoet kwamen, een wedstrijdje wie als eerste een woord kon verzinnen, waarbij mijn moeder het enige jurylid was.

Zo nu en dan kregen we een gekleurd Rang-snoepje toegestopt. Nu nog steeds bijt ik op snoepjes waardoor ze binnen een mum van tijd op zijn, dus ook mijn rangetje was binnen no time weg. Mijn moeder presteerde het om na een flink aantal gereden kilometers nog een flinterdun restje van het zuurtje op haar tong te laten zien en sabbelde vrolijk verder.

De Ford heeft ons wel gebracht naar waar we moesten zijn, maar als destijds een autokeuring verplicht was geweest was hij er ongetwijfeld niet doorheen gekomen. Op het laatst was een van de portieren met touw vastgebonden om te voorkomen dat we die zouden verliezen. 
Schokbrekers zullen er vast geweest zijn, maar werkten waarschijnlijk ook minimaal waardoor we aardig op en neer hobbelden op de achterbank.

We reden over de Waalbrug Nijmegen binnen en aan de kade stonden de kermisattracties aanlokkelijk te flikkeren en de herrie die we hoorden overstemde zelfs het geluid van de auto die nu niet bepaald geruisloos reed. Ondanks alle geluiden bleven wij muisstil met gespitste oren achterin zitten op het moment dat de conversatie voor in de auto overging in zacht gesmiespel. 
Mijn vader dacht ook slim te zijn om daarbij in het Engels te fluisteren: “Shall we go to the fancy fair?”
De geheimzinnigheid in hun gesprek en de opwindende aanblik van een kermis leidde voor ons tot maar één conclusie: “Jaaa, wij willen naar de kermis!”

Heerlijk in de botsautootjes, in de draaimolen, een suikerspin eten, het spookhuis. Op een of andere manier heeft het reuzenrad op kermissen altijd een aantrekkingskracht op mij gehad. Dat leek me zo mooi, hoog overal boven zweven en rondkijken, maar ik durfde het domweg nooit. Altijd heb ik gedacht “zal ik?” maar ik was veel te bang om er kotsmisselijk uit te komen en de hoogte te eng te vinden. Tot gisteren! Op de landgoedfair in Beesd stond een iets kleinere uitvoering van een reuzenrad.

“Zal ik?”
Kinderen stapten vrolijk in dat ding, en ook volwassenen namen plaats in een van de stoeltjes. Er stond vrijwel geen rij en, met mijn muntje in de aanslag, sloot ik aan. In het stoeltje, stang ervoor om onverhoopte wanhoopspogingen te voorkomen, en daar ging ik. 
Na enkele beginnende bibbers, vond ik het alleen nog maar mooi en helemáál niet eng. Heel even, op het allerhoogste punt, waar ik het stoeltje vóór me naar beneden zag verdwijnen en ik alleen daar boven in de lucht hing, was het spannend. 
Ik kan me niet voorstellen  dat mensen dit opzoeken in de Baron in de Efteling, wetend dat op dat punt de vrije val start. Never nooit niet!
Nu nog een keer naar het reuzenrad op de fancy  fair in Nijmegen met een blik over de Waal en Nijmegen. Dat ga ik nog een keer proberen.

Beschermend blad

Waarom zou ik langer blijven liggen. Eruit! Vannacht heb ik de ramen wagenwijd open gehouden en de heldere zomerochtendlucht drijft de kamer...