Dit bedoelde hij niet

Berend sluit zich aan bij een groep tuinliefhebbers die een wandeling maken onder leiding van een plaatselijke gids. Het idyllische dorp met gepleisterde huizen staat bekend om zijn voortuinen die de zintuigen prikkelen. Bloeiende, geurende, en eetbare planten en bloemen lijken vrij spel te hebben, maar niets is minder waar. De dorpsbewoners zijn vrijwel dagelijks in hun tuin te vinden om uitgebloeide bloemen uit te knippen, om zo nu en dan een pluk onkruid weg te trekken of om bloemzaadjes te verzamelen. Berend valt volledig uit de toon in deze groep met zijn broek strak in de vouw, zijn colbert, zijn stropdas en zijn glimmend gepoetste schoenen die vast niet in de opruiming zijn gekocht. De overige deelnemers lopen er zomers bij, zo nu en dan met een strohoedje en over het algemeen schoenen die al aardig wat modder hebben gezien. Hij voelt de taxerende blikken en hoort het gesmiespel over zijn uiterlijk, maar al snel heeft iedereen alleen nog maar belangstelling voor de tuinen.

Waar liggen ze nou, vraagt Berend zich af. Hij heeft maar één doel, samen in het groen liggen. Zijn collega’s kennen zijn voorkeur voor vrouwelijk schoon en hebben hem deze excursie geadviseerd.
‘Je komt volledig aan je trekken Berend, een veelheid aan vrouwen.’

'Hier ziet u de verschillende stadia van de plant: de zaaddoos, die bij openbarsten veel kleine zwarte zaadjes laat vallen, maar het mooist is natuurlijk de bloeitijd,’ legt de gids uit bij een rij van bloemetjes. ‘Het lijken danseressen, met hun wijduitstaande tere bloemblaadjes in hemelsblauw, wit of roze-rood, als een tutu.'
Berend kijkt ongeïnteresseerd naar de bloemen, maar kan er niks in ontdekken. Een dunne, groene tak, zo’n 40 centimeter hoog, met vederachtige groene blaadjes die rondom uitsteken onder de bloem.
‘U ziet het niet hè?’ De gids heeft wel in de gaten dat Berends ogen meer gericht zijn op een jongedame die in haar tuin tussen het gras en de korenbloemen ligt te slapen.‘Kijk, de meeldraden buigen zich in de richting van de tutu, maar de stampers in het midden staan fier overeind als een lijfje dat zich opricht met de armen omhoog.’

‘Waar kan ik meer van die dames zoals zij daar ligt, vinden?’ informeert Berend, die de uitleg over bloemen wel helemaal zat is. ‘Mijn collega’s hadden het over Juffertjes-in-het-groen in de tuinen.’
Een aantal deelnemers in de groep heeft zijn laatste woorden gehoord en verbijten hun schaterlach, totdat een het echt niet meer kan houden en het uitproest. Ze wrijft de lachtranen uit haar ogen en nog nahikkend richt ze zich tot Berend: ‘U staat er middenin mijnheer, kijk goed om u heen.’
‘Ik zie alleen die vrouw daar.’
‘In de tussentijd heb je al een paar juffertjes vertrapt onder je gladde schoenzolen. Je staat tussen de Juffertjes-in-het-groen.’
De kleur van Berends gezicht verandert in dat van een rode pioenroos en hij maakt zich uit de voeten, daarbij nog enkele juffertjes vertrappend. Hij moet opletten dat hij tijdens het lopen niet uitglijdt over de smeerwortel
.

© Vera Oor, 2024


Beschermend blad

Waarom zou ik langer blijven liggen. Eruit! Vannacht heb ik de ramen wagenwijd open gehouden en de heldere zomerochtendlucht drijft de kamer...