Regenachtig? Nee hoor, dat zijn vroege flarden ochtendmist op deze
Hemelvaartsdag. De zon opent langzaam een oog en klimt naar boven, richting
hemel om vandaag de groepen dauwtrappers te begeleiden met aangename warmte. Ik
ben ook van de partij en stap op de fiets om een mooie route te gaan rijden
door de Betuwe en door het park Lingezegen dat dichtbij ligt. Een park dat zich
in enkele jaren heeft uitgebreid van enkele sprieterige boompjes en planten en
nog kale waterplassen tot een waar paradijs voor watervogels.
Fiets aanzetten, ja het is een elektrische, ik maak het mezelf niet
moeilijker dan nodig is natuurlijk.
De eerste tegemoetkomende fietsers roepen me een enthousiast goedemorgen toe en ik beantwoord dat opgewekt. Het is een start van de dag om vrolijk van te worden.
Ik rijd door een afgelegen landweggetje waar enkele boeren waarschijnlijk al druk bezig zijn. In de weilanden staan de koeien tot hun enkels in de optrekkende grondmist en de geur van fris gras, vermengd met een vleugje mest bereikt mijn neus. Een idyllisch, wit boerderijtje ligt iets verder van de weg af en ik zie daar een zo te zien oude, kromgebogen vrouw druk bezig in de tuin. Nu al?
Van afstand kan ik zien, dat ze ergens mee bezig is, dat haar moeite kost. Haar benen maken lichte stampbewegingen en de stok moet ze stevig vasthouden om te voorkomen dat ze tussen de planten in haar cottage-achtige tuin ligt. Even twijfel ik, zal ik haar vragen of ik ergens mee kan helpen?
Ze kijkt op, wanneer ik over het paadje naar haar huis fiets. Ik verraad
mijn aanwezigheid door het knerpende grind onder mijn wielen.
‘Kan ik u ergens mee helpen?’ vraag ik, mijn benen nog aan weerskanten van het frame.
Ze kijkt me aan en slaakt een diepe zucht.
‘Dit klusje kost me elk jaar meer tijd, maar het hoort nu eenmaal op deze dag.’
‘Welk klusje bedoelt u?’
‘Kijk eens om je heen hoeveel plantjes Vrouwenmantel hier staan. Die hebben zich flink vermeerderd in de loop van de tijd.’
Verbaasd kijk ik haar aan en ze ziet dat ik haar niet begrijp.
‘Vrouwenmantel staat erom bekend dat de dauwdruppels er prachtig op blijven liggen.’
Ik kijk naar de planten die ze aanwijst en inderdaad: glanzende, doorzichtige druppels, waardoorheen het grijsgroen van het blad zichtbaar is, liggen als minuscule glazen bollen op de bladeren.
‘Ik ben al een uur bezig om alle dauwdruppels van de planten af te trappen. Wie heeft dat ooit uitgevonden, dauwtrappen op Hemelvaartsdag!’
De eerste tegemoetkomende fietsers roepen me een enthousiast goedemorgen toe en ik beantwoord dat opgewekt. Het is een start van de dag om vrolijk van te worden.
Ik rijd door een afgelegen landweggetje waar enkele boeren waarschijnlijk al druk bezig zijn. In de weilanden staan de koeien tot hun enkels in de optrekkende grondmist en de geur van fris gras, vermengd met een vleugje mest bereikt mijn neus. Een idyllisch, wit boerderijtje ligt iets verder van de weg af en ik zie daar een zo te zien oude, kromgebogen vrouw druk bezig in de tuin. Nu al?
Van afstand kan ik zien, dat ze ergens mee bezig is, dat haar moeite kost. Haar benen maken lichte stampbewegingen en de stok moet ze stevig vasthouden om te voorkomen dat ze tussen de planten in haar cottage-achtige tuin ligt. Even twijfel ik, zal ik haar vragen of ik ergens mee kan helpen?
‘Kan ik u ergens mee helpen?’ vraag ik, mijn benen nog aan weerskanten van het frame.
Ze kijkt me aan en slaakt een diepe zucht.
‘Dit klusje kost me elk jaar meer tijd, maar het hoort nu eenmaal op deze dag.’
‘Welk klusje bedoelt u?’
‘Kijk eens om je heen hoeveel plantjes Vrouwenmantel hier staan. Die hebben zich flink vermeerderd in de loop van de tijd.’
Verbaasd kijk ik haar aan en ze ziet dat ik haar niet begrijp.
‘Vrouwenmantel staat erom bekend dat de dauwdruppels er prachtig op blijven liggen.’
Ik kijk naar de planten die ze aanwijst en inderdaad: glanzende, doorzichtige druppels, waardoorheen het grijsgroen van het blad zichtbaar is, liggen als minuscule glazen bollen op de bladeren.
‘Ik ben al een uur bezig om alle dauwdruppels van de planten af te trappen. Wie heeft dat ooit uitgevonden, dauwtrappen op Hemelvaartsdag!’